Afwerkingstechniek: naden - deel 2: de (doorgestikte) stapelnaad
De tweede soort naad die ik bespreek is de al dan niet doorgestikte stapelnaad. Die wordt veel gebruikt in confectie, vandaar ook de naam: confectienaad.
| © Bernina |
Gebruik
Je verkiest een stapelnaad boven een open naad wanneer de stabiliteit en de sterkte belangrijker zijn dan het plat kunnen strijken van de naadtoeslag. In de volgende gevallen heeft een stapelnaad de voorkeur:
- bij kleding die intensief gewassen wordt (bv. kinderkleding of sportkleding)
- bij nauwsluitende kleding waar meer spanning op de naden staat
- bij stoffen die snel rafelen
Als je echter vindt dat het plat strijken van de naad nodig is, bv. bij dikkere stoffen, dan kies je beter voor een open naad.
Naadtoeslag
De naadtoeslag is dezelfde als bij de open naad, dus 1 à 1,5 cm.
Werkwijze
- leg de delen met de goede kanten op elkaar en speld vast
- stik op de gewenste breedte (volgens je gekozen naadtoeslag); stik niet over de spelden heen maar verwijder ze net vòòr je ze bereikt; vergeet ook niet te hechten
- overlock of zigzag de randen van de twee delen samen
- pers de naad; strijk aan de achterkant van de stof en denk aan de twee stappen; bij de tweede stap vouw je de beide naden samen naar één kant; welke kant dit is, werd hier al uitgelegd.
The Sewing Whisperer toont het voor:
- één stikking: op persvoetbreedte (top stitch)
- twee stikkingen: één op persvoetbreedte (top stitch) en één op 2 mm van de naad (edge stitch)
Een smalle kantvoet kan hierbij goed helpen. De afstand kan je eventueel exact berekenen aan de hand van deze tabel.
The Sewing Whisperer toont hoe je een top stitch, een edge stitch of beide stikt:
Reacties
Een reactie posten